Skip to content

De kaarten liggen op een rugzak. Die gaan vast naar het thuisfront, denk ik, en ik blijf even staan. Met de hand schrijvende jongeren worden een bezienswaardigheid. Hun vingers kennen knoppen en toetsen, geen pennen en potloden. Tussen hun hoofden door zie ik een wat onbeholpen handschrift, hanepoten die alle kanten uitgaan op de kaart. Zelfs al een balpenvlek. Natuurlijk, schoonschrijven en recht schrijven, laat staan je een handschrift eigen maken, zijn niet meer aan de orde. Apparaten regelen deze dingen voor je. Leve de gemakzucht en de maakbaarheid van de elektronische maatschappij. De altijd op de loer liggende verontwaardiging over deze ontwikkeling steekt de kop op. Die moet ik straks zien weg te spoelen met een cappuccino XL op een terras.

Binnen vind ik een thriller én een roman, en ik wacht bij de kassa op mijn beurt.
Ineens een schelle jongensstem in de deuropening: ‘Juffrouw! Ik wil wat vragen …’
De verkoopster kijkt op, de klanten kijken om.
‘Weet u misschien waar de postzegel op de kaart moet?’

Vrienden,
Voor alle zekerheid, en voor wie van plan is mij zo’n fijne, ouderwetse kaart te sturen in de vakantie: De postzegel moet in de rechterbovenhoek.
Daar hoort ie, bóven mijn adres.
Niet vergeten.